Wikkpedia

 

Onze Wikkpedia is een bron van informatie, die we steeds verder zullen aanvullen. Op deze pagina staat informatie over termen die te maken hebben met traumabehandeling.

de WikK: de naam van onze instelling staat voor onze behandelvisie. Een wikk is een synoniem voor ‘omslag’, een woord dat positieve associaties oproept met verandering en ontwikkeling (Het kan anders!), maar het betekent ook omhulsel, en bescherming. Veilig in het midden van de WikK (en centraal in onze behandelvisie) staat het ‘ik’ – we richten ons op bescherming van het ik dat zich als gevolg van traumatische ervaringen in het verleden niet goed heeft kunnen ontwikkelen. De WikK staat voor het versterken van je ‘ik’, het vergroten van je autonomie, zelf de regie in handen nemen en houden. Dat geldt voor onze cliënten, maar ook voor ons. Samen willen we in de toekomst nog meer betekenis en inhoud geven aan GGZdeWikK.

Chronische vroegkinderlijke traumatisering: Langdurige traumatische ervaringen voor het 12e jaar – lichamelijke mishandeling en/of seksueel misbruik, emotionele en pedagogische verwaarlozing, leidend tot hechtingsproblematiek.

Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS): de diagnose PTSS beschrijft de klachten die mensen kunnen ontwikkelen als ze een traumatische ervaring hebben meegemaakt. Deze klachten ontstaan als gevolg van een overbelasting van het stress- of alarmsysteem en uiten zich op verschillende gebieden. PTSS omvat klachten op het gebied van herbeleven, vermijden, een negatieve verandering van gedachten en gevoelens en overmatige waakzaamheid.

Complexe PTSS (CPTSS): de diagnose CPTSS beschrijft de klachten die mensen kunnen ontwikkelen als ze langdurig en vanaf jonge leeftijd traumatische ervaringen meemaken. Naast de symptomen van PTSS omvat CPTSS klachten op het gebied van het zelfbeeld, de relaties met anderen, het bewustzijn (aandacht, concentratie en geheugen), emotieregulatie, lichamelijke klachten en toekomstperspectief.

Dissociatieve stoornis (DS): een dissociatieve stoornis beschrijft de klachten die mensen kunnen ervaren na een traumatische ervaring, op het gebied van aandacht, concentratie, geheugen en bewustzijn. Bij traumagerelateerde dissociatieve problematiek hebben mensen last van klachten op het gebied van het geheugen (amnesie), depersonali-satie, derealisatie en identiteit.

Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS): een dissociatieve identiteitsstoornis beschrijft de klachten die mensen kunnen ervaren na chronische vroegkinderlijke traumatisering, voornamelijk op het gebied van identiteit en bewustzijn. Bij mensen met een DIS is sprake van een gefragmenteerde identiteitsbeleving – in de binnenwereld worden verschillende (ogenschijnlijk normale en emotionele) delen van de persoonlijkheid ervaren.

Amnesie: problemen met aandacht, concentratie en het geheugen.

Trigger: een trigger verwijst naar een gebeurtenis, een persoon of een plek, die doet denken aan (aspecten) van een traumatische ervaring. Een trigger roept de oorspronkelijke traumatische herinnering op en kan leiden tot een flashback of herbeleving.

Flashback: een flashback is een onvrijwillig opgeroepen herinnering (in beeld, geluid, reuk, smaak) aan een traumatische ervaring.

Herbeleving: bij een herbeleving heeft men de ervaring dat de oorspronkelijke traumatische ervaring zich opnieuw voordoet. Dit gaat meestal gepaard met heftige emoties, waarnaar men handelt. Na een herbeleving kan sprake zijn van amnesie voor de handelingen die iemand heeft verricht.

Emotieregulatieproblematiek: het onvermogen om de intensiteit van emoties goed te kunnen regelen. Dit kan leiden tot vervlakking van gevoelens, of het tegenovergestelde: ‘te veel’ voelen – schijnbaar kleine aanleidingen kunnen leiden tot heftige emoties, die pas heel langzaam weer naar een basisniveau terugkeren.

Overlevingsgedrag: Een traumatische ervaring is zo stressvol, dat alle systemen in het lichaam gericht zijn op het overleven van deze ervaring. Het emotionele informatieverwerkingssysteem in het brein wordt overbelast, waardoor men niet goed meer in staat is om weloverwogen beslissingen te nemen – een situatie te overzien of te overdenken. Dit leidt er vaak toe dat mensen handelen vanuit het gevoel, zonder na te (kunnen) denken over de consequenties van hun handelen. Dit kan leiden tot het ontwikkelen van patronen – overlevingsstrategieën, die op de korte termijn efficiënt zijn en veiligheid bieden. Op de lange termijn blijken deze strategieën vaak veel nadelige effecten te hebben.